Veel en duur onderzoek vereist

Vraag:

Op ons rundveebedrijf met circa 100 stuks melkvee willen wij als nevenactiviteit Agrarische Kinderopvang. Het plan is om hiervoor een bestaand schuurtje te gebruiken (verbouwen). De gemeente wil dat wij eerst onderzoek verrichten, archeologisch, ecologisch, bodem, etc. De kosten voor het onderzoek bedragen circa €17.000, dat is het knelpunt. Dit bedrag verdien je niet zo maar terug met kinderopvang. Is dit terecht?

Antwoord:

Bij de afweging of nevenactiviteiten zoals kinderopvang mogelijk zijn, moet de gemeente dit eerst in haar beleid toestaan. Heeft de gemeente nog geen beleid vastgesteld over nevenactiviteiten, dan moet eerst een algemene beleidsafweging worden gemaakt en heeft individueel onderzoek niet veel zin. Indien het gemeentelijk beleid mogelijkheden voor nevenactiviteiten wenselijk vindt, dan dient voor elke nieuwe hoofd- of nevenactiviteit alle wet- en regelgeving te worden nagegaan. In het algemeen is voor de verbouw van een bestaande schuur het gevraagde ‘onderzoek’ niet nodig dan wel snel en gemakkelijk te verrichten. De kosten zouden dan evenredig moeten zijn met de omvang van het onderzoek; gemeenten bepalen hoe hier mee om te gaan.


bron: www.landregels.nl

Grens bebouwde kom bepaalt veel

Vraag:

Is er een verschil tussen binnen en buiten de bebouwde kom voor het starten en uitbreiden van nevenactiviteiten? (Voorbeeld: Veehouderij met camping bij bebouwde kom mag wel uitbreiden met tennisbaan, maar dit is buiten de bebouwde kom van het dorp niet mogelijk omdat activiteiten daar buitengebied gebonden moeten zijn.)

Antwoord:

Elke gemeente stelt in haar ruimtelijk beleid vast waar welke activiteiten en uitbreidingen zijn gewenst. In veel gevallen is dit mede aangestuurd door provinciale instructies (Provinciale Verordening Ruimte). Gebieden met bebouwing hebben in het algemeen meer mogelijkheden voor ander gebruik en nieuwbouw dan gebieden in het landelijk gebied. In het landelijk gebied zijn uitbreiding en gebruik in hoofdzaak gericht op de agrarische productie, of ‘buitengebied gebonden’. In het algemeen is het Nederlandse r.o.-beleid gericht op bebouwen in concentraties: in steden, in dorpen, op erven. Of activiteiten mogelijk zijn, hangt dus af van de plek. Omgekeerd zal de veehouderij in of bij het dorp minder mogelijkheden hebben dan een veehouderij buiten de bebouwde kom. Zo geldt dit dus ook voor nevenactiviteiten. Overigens: omdat elke gemeente dit autonoom vaststelt, kunnen er verschillen per gemeente zijn. Het bestemmingsplan is bepalend, maar zo’n plan kan ook gewijzigd worden.


bron: www.landregels.nl

Niet gebruikte veestal hindert nevenactiviteit

Vraag:

Mijn buurman heeft een varkensstal gebouwd, er is een milieuvergunning afgegeven. Hij is bestemd als agrarisch bedrijf terwijl hij geen agrarische activiteiten meer onderneemt. Dit gebouw belemmert de ontwikkeling van mijn recreatieve activiteiten vanwege Wet geurhinder en veehouderij. Kan dit?

Antwoord:

Bij de verlening van de milieuvergunning (omgevingsvergunning) wordt getoetst op de effecten voor de omgeving. Bij een te hoge geurbelasting wordt de vergunning geweigerd. Omgekeerd kunnen de ontwikkelingen in de omgeving – zoals recreatie – worden belemmerd door de aanwezigheid van een varkensstal, voor zover deze recreatie plaatsvindt in een geurgevoelig object (“gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting  geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.”). Dat de varkensstal feitelijk niet wordt gebruikt is niet van belang, zolang gebruik volgens de bestemming en de milieuvergunning mogelijk is.


bron: www.landregels.nl

Zorg wel of niet geurgevoelig

Vraag:

Volgens de gemeente vormt ons agrarisch bedrijf met de zorgboerderij als nevenfunctie een geurgevoelig object. Volgens anderen is de zorgtak direct gelieerd aan het agrarisch bedrijf en vormt daarom geen obstakel binnen de wet geurhinder en veehouderij.

Antwoord:

Als de zorg in een aparte ruimte of gebouw plaatsvindt is waarschijnlijk wel sprake van een geurgevoelig object. Dat hangt enigszins af van de intensiteit van het gebruik. Als de zorg plaatsvindt binnen de boerderij zelf, is het daarvan niet als apart geurgevoelig object te onderscheiden. De woning zelf is trouwens ook een geurgevoelig object. Het stempel ‘geurgevoelig object’ wil niet meteen zeggen dat er obstakels ontstaan. Een geurgevoelig object dat deel uitmaakt van de eigen inrichting wordt bijvoorbeeld niet beschermd tegen geurhinder van die eigen inrichting. De aanwezigheid van een woning of zorggebouw op een bedrijf is dus geen belemmering voor de eigen bedrijfsontwikkeling.


bron: www.landregels.nl