Nevenactiviteit wel of niet geurgevoelig

Vraag:

Wanneer leidt een nevenactiviteit tot een zogenoemd geurgevoelig object? Is de nevenactiviteit voor mijn bedrijf of voor de buren belemmerend?

Antwoord:

De Wet geurhinder en veehouderij definieert een geurgevoelig object als: ‘gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt’. Als een nevenactiviteit daaraan voldoet (en ook als zodanig is bestemd) ontstaat dus een geurgevoelig object. Een factor die daarbij een rol speelt is de intensiteit van het gebruik.  Zolang het geurgevoelige object deel uitmaakt van de eigen inrichting (boerderij), heeft dat geen gevolgen voor de eigen bedrijvigheid. Er kan dus ook nog een stal worden bijgebouwd. Wel kan zo’n geurgevoelig object gevolgen hebben voor een naburig agrarisch bedrijf. Daarvoor gelden in acht te nemen minimumafstanden (50 meter/100 meter). Aangezien ook de agrarische bedrijfswoning al een geurgevoelig object is, levert een nevenactiviteit meestal geen extra beperkingen op.


bron: www.landregels.nl

Beroep aan huis en geurgevoeligheid

Vraag:

Mijn buurman woont op een agrarisch bestemd erf. Hij heeft sinds kort een beroep aan huis waarbij klanten langskomen. Gaat het hier om een geurgevoelig object wat de uitbreidingsplannen van mijn agrarische bedrijf (varkenshouderij) kan tegenhouden?

Antwoord:

Geurgevoelige objecten zijn volgens de Wet geurhinder en veehouderij: “gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.” . Daar vallen woningen ook onder. De woning van de buurman is bestemd als bedrijfswoning en dus ook geurgevoelig. Het maakt dus niet veel uit dat er ook andere activiteiten, zoals beroep aan huis, plaatsvinden. Voor geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een andere veehouderij (of die na 19 maart 2000) hebben opgehouden daar deel van uit te maken) gelden niet de maximale geurbelastingsnormen, maar zijn alleen minimumafstanden vastgesteld: 50 meter (binnen de bebouwde kom) of 100 meter (buiten de bebouwde kom). Als het om een agrarische bestemming gaat en de buurman oefent geen landbouw uit, is dat in strijd met het bestemmingsplan.


bron: www.landregels.nl

Bestemmingsplan verplicht niet tot muurtje

Vraag:

Op agrarische bedrijven komt het vaak voor dat in een groot bedrijfsgebouw een deel gebruikt mag worden voor een nevenactiviteit. Vaak is die nevenactiviteit in het bestemmingsplan beperkt tot een aantal m2 (dat dus geringer is dan het grotere gebouw). Het bestemmingsplan stelt in het algemeen nooit eisen dat deze beperkte oppervlakte fysiek met een muur moet worden afgeschermd. Een enkele toezichthouder en/of gemeente meent dat de Wro een muur vereist. Het gaat nadrukkelijk niet om vereisten als gevolg van andere wetgeving zoals voedselhygiëne of brandveiligheid. Op basis waarvan vereist de r.o. een  muur of afscheiding?

Antwoord:

In een bestemmingsplan horen geen bouwkundige voorschriften. Ook kan het bestemmingsplan iemand niet verplichten tot uitvoering. Als de regeling in het bestemmingsplan uitsluitend het aantal meters regelt, kan de eis van een muur niet worden gesteld. Dat kan anders liggen als een fysieke afscheiding als voorwaarde gekoppeld is aan het mogen gebruiken van gebouwen als nevenactiviteit. Het hangt dus van de regeling in het bestemmingsplan af, of deze eis is gesteld. De gemeente doet dat soms om problemen bij de handhaving te voorkomen. Als immers niet duidelijk is waar de nevenactiviteit ophoudt, valt er ook moeilijk na te gaan of de toegestane oppervlakte niet wordt overschreden.


bron: www.landregels.nl

Meerdere maten in bestemmingsplannen

Vraag:

Ik wil op mijn agrarisch bouwblok een recreatiegebouw bouwen. Volgens het oude bestemmingsplan moesten gebouwen minimaal 3 meter vanuit de bestemmingsgrenzen worden gebouwd. Het bouwplan voorziet in een bouw op 4 meter vanuit de bestemmingsgrens. In het nieuwe bestemmingsplan wordt een afstand van 5 meter geëist. De gemeente eist aanpassing van het bouwplan. Moet ik het bouwplan herzien?

Antwoord:

Als de gemeente beslist op een aanvraag om een bouwvergunning (omgevingsvergunning) moet het op het moment van die beslissing voldoen aan het op dat moment geldende bestemmingsplan. Het bouwplan moet dus in beginsel worden aangepast, maar misschien biedt het nieuwe bestemmingsplan ook nog mogelijkheden tot afwijking.


bron: www.landregels.nl